Om bloem te maken worden granen gemalen en het zetmeel wordt eruit gezeefd. Wat overblijft zijn de zogenaamde zemelen. Deze zemelen wordt door paarden zeer graag gegeten en werken licht laxerend. Ook positief is het hoge vitamine B - gehalte.
Door het lage energiegehalte worden zemelen nog al eens gegeven aan paarden (vooral ponys) die te dik zijn. Het is echte buikvulling, dus een zeer goed dieetvoer. Dit komt omdat de zemelen heel licht zijn, wat wil zeggen dat paarden al een groot volume moeten opeten voor ze bijvoorbeeld één kilo binnen hebben. Ze krijgen dus snel een verzadigd gevoel, hoewel ze niet veel energie opnemen.
Nadeel van dit voedermiddel is de extreem slechte Ca/P verhouding. Véél te weinig Calcium en een overmaat aan fosfor. Ook zouden de zemelen, door hun licht zwellend vermogen, op voorhand best geweekt worden. In de praktijk wordt dit zelden toegepast en moet gezegd dat dit ook maar weinig tot problemen leidt.
Door de zeer slechte Ca/P verhouding kan het eenzijdig voederen van zemelen aanleiding geven tot de Molenaarsziekte. Dit is een ernstige botafwijking waarbij het tekort aan kalk wordt opgevangen door ontkalking van de beenderen. Het beer verandert dan geleidelijk in een dik, maar zwak bindweefsel. Het paard krijgt dan een typisch dik hoofd en zal gaan manken, eventueel afwisselend van been.